Nieuws

Transgender personen worden een ‘medisch-specialistische fuik’ in geduwd, waarschuwen onderzoekers

De Nijmeegse onderzoekers Enny Das (links) en Chris Verhaak zochten uit waardoor de vraag naar transgenderzorg zo snel toeneemt.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

 Waarom stijgt de behoefte aan transgenderzorg zo snel? Volgens Nijmeegse onderzoekers komt dat deels door gebrek aan maatschappelijke erkenning. ‘Er zijn mensen die zeggen: ik hoef geen medische zorg, ik wil alleen een goed gesprek.’

De zorg voor transgender personen schiet tekort. Mensen die worstelen met hun genderidentiteit komen meestal terecht bij genderpoli’s in ziekenhuizen. Die zijn vooral gericht op een medische behandeling, met hormonen en operaties, terwijl daar niet altijd behoefte aan is. Dat concluderen onderzoekers van de Radboud Universiteit en het Radboudumc in een rapport dat zij schreven in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid.

De belangrijkste onderzoeksvraag was waarom de behoefte aan transgenderzorg al jaren hard groeit – een ontwikkeling die ook in andere westerse landen te zien is. Er staan inmiddels zo’n 7.000 mensen op een wachtlijst. Zij moeten minstens twee jaar wachten op een eerste gesprek.

Een team van onderzoekers sprak onder meer met ruim honderd transgender personen. Zij komen al snel in een specialistische fuik terecht, zegt onderzoeksleider Enny Das, hoogleraar communicatie en beïnvloeding. Chris Verhaak, klinisch psycholoog op de Nijmeegse genderpoli: ‘Er zijn mensen die zeggen: ik hoef geen medische zorg, ik wil alleen een goed gesprek.’
Waarom is de vraag naar transgenderzorg zo gestegen?

Das: ‘Dat heeft te maken met twee ontwikkelingen die we in de maatschappij zien. Enerzijds is de aandacht voor transgender personen in de media en op sociale media duidelijk toegenomen, waardoor trans personen veel meer erkenning ervaren. Tegelijkertijd zien we op veel plekken, op scholen en sportclubs bijvoorbeeld, dat er nog veel discriminatie is: trans personen krijgen te horen dat er voor hen geen plek is. Dat creëert minderheidsstress.

‘Als ze vervolgens hulp zoeken bij een docent of bij de huisarts, krijgen ze vaak te horen: ik weet daar niets van, je kunt beter naar een specialistische kliniek. Zo worden trans personen al snel de medische zorg in geduwd. En omdat de wachtlijsten lang zijn, schrijven ze zich vaak meteen maar in.’
Jullie hebben het over een ‘specialistische fuik’. Wat bedoelen jullie daarmee?

Das: ‘Een maatschappelijk probleem wordt gemedicaliseerd. Trans personen voelen dat ze niet in het hokje man of vrouw passen en ze merken dat ze maatschappelijk niet goed kunnen integreren, maar ze kunnen alleen terecht in de specialistische kliniek. Daar ligt de focus op het stellen van een diagnose en daarna een medische behandeling.’

Verhaak: ‘Ik zie soms mensen die twee jaar op de wachtlijst hebben gestaan. Ze zijn al eerder bij een psycholoog geweest, maar die zei: ik weet hier niets van. Dat vind ik ontzettend verdrietig. Iemand heeft het aangedurfd hulp te zoeken en vervolgens moet het uitzoeken van de genderidentiteit, waar deze persoon zo’n behoefte aan heeft, twee jaar de ijskast in. Het vergroot de psychologische stress.’
Staan er ook mensen ten onrechte op de wachtlijsten voor transzorg? Mensen die bijvoorbeeld ook gelukkig zouden kunnen leven als non-binair, vrouw noch man, zonder dat ze daarvoor hormonen of een operatie willen?

Verhaak: ‘Het is interessant om uit te zoeken hoeveel medische transzorg er nog nodig zou zijn als we veel meer ruimte bieden voor genderdiversiteit. Dan kan het zijn dat mensen zich in een heel vroeg stadium al veel meer gezien en gerespecteerd voelen. Dat ze zeggen: ik mag zijn wie ik ben, zonder dat daar medische zorg voor nodig is.’

Das: ‘We hoorden van trans personen dat er in de specialistische zorg weinig ruimte was om met hun eigen vragen te komen. Ze aarzelden om te zeggen dat ze twijfels hadden over de behandeling.’

Verhaak: ‘In het zorgsysteem werkt het zo: er is een probleem, dat gaan we in kaart brengen en daarna worden de richtlijnen gevolgd. Als je het gevoel hebt dat je daar niet in past, ga je je misschien aanpassen. Dat wringt.’
In Nederland is, net als elders in Europa, sprake van een toename van geboren meisjes die zich pas laat in de puberteit bij een genderkliniek melden. Vaak hebben zij ook bijkomende psychiatrische problemen. Hebben jullie een antwoord op de vraag hoe dat kan?

Das: ‘Nee, we hebben niet met jongeren onder de 16 gesproken. We hadden financiering voor een jaar onderzoek, gesprekken met jongeren vergen veel meer voorbereiding. Dan is er bijvoorbeeld aparte toestemming nodig van de ethische commissie.’
Critici beweren dat jongeren elkaar via sociale media besmetten, op ideeën brengen.

Verhaak: ‘De foute vrienden-hypothese, zeg maar. Ik begrijp wel dat ouders zich daar zorgen over maken. Maar we weten nog nauwelijks hoe genderidentiteit ontstaat en wat daarop van invloed is.

Das: ‘Het idee dat het besmettelijk zou zijn, is veel te simplistisch. Jongeren zitten op school, hebben vrienden, er is echt niet één factor in hun leven die opeens maakt dat ze zich transgender voelen. De komende vier jaar gaan we een grote groep genderdiverse mensen volgen en kijken naar de relatie tussen socialemediagebruik en ontwikkeling.’
Wat moet er gebeuren om die lange wachtlijsten op te lossen? De geestelijke gezondheidszorg (ggz) is al overbelast.

Verhaak: ‘Transgender jongeren komen vaak in de ggz terecht als ze naast hun gendervraag ook sociale of psychische problemen hebben. Die hebben meestal met elkaar te maken; jongeren kunnen bijvoorbeeld angstig worden als gevolg van de worsteling met hun genderidentiteit. Nu zegt de psycholoog vaak: we kijken naar je problemen, maar je gendervraag parkeren we. Bij de genderpoli begint de behandeling dan weer helemaal opnieuw. Terwijl: hun problemen kunnen vaak juist alleen in samenhang worden opgelost.

‘Je kunt toch ook niet meer zeggen tegen iemand die homoseksueel is: ga maar naar een speciale homoseksualiteitkliniek. Genderdiversiteit komt zoveel voor in de maatschappij, we moeten ervoor zorgen dat een doorsnee professional voldoende kennis heeft om daarmee om te gaan.’
Over de auteurs

Ellen de Visser is medisch redacteur op de wetenschapsredactie van de Volkskrant en auteur van de bestseller Die ene patiënt, waarin zorgverleners vertellen over een patiënt die hun kijk op het vak veranderde. Kaya Bouma schrijft voor de Volkskrant over psyche, brein en gedrag. Ook schrijft ze over de geestelijke gezondheidszorg.

VOLKSKRANT

 

Tags: transgender,

Comments powered by CComment

Mastodon