Waarom kunst van vrouwen minder opbrengt

0

Be first to thanks! .

 Frida Kahlo’s Diego y yo bij Sotheby’s (NY), waar het vorige maand geveild werd voor 30,9 miljoen euro.

Een zelfportret van Frida Kahlo (1907-1954) werd vorige maand voor een recordbedrag verkocht op een veiling van Sotheby’s New York. Het is met 30,9 miljoen euro het hoogst bedrag ooit voor een werk van een Latijns-Amerikaanse kunstenaar. Ook Amy Sherald (1973), Hilary Pecis (1979) en Agnes Martin (1912-2004) behaalden het afgelopen jaar persoonlijke records. De markt voor kunst van vrouwen groeit. Maar waarom stonden er in 2020 slechts vier vrouwen in de top-50 van de internationale kunstmarkt?

Joan Mitchell (1925-1992), Yayoi Kusama (1929), Tamara de Lempicka (1898-1980) en Helen Frankenthaler (1928-2011) zijn de vier vrouwen die in deze veiling top-50 staan. Tien jaar eerder stond geen van deze vier kunstenaars op de lijst en in 2011 stonden er überhaupt geen vrouwen in de top-50. Mitchell, de eerste vrouw op de klassering van 2020, behaalde met een veilingopbrengst van ongeveer 63 miljoen euro de zeventiende plek. In de buurt van de nummer één komt ze niet: de werken van Pablo Picasso (1881-1973) behaalden op veilingen vorig jaar een opbrengst van bijna 217 miljoen euro.

Dat vrouwelijke kunstenaars ondanks hun hedendaagse populariteit minder zichtbaar zijn op de internationale kunstmarkt dan hun mannelijke tegenhangers, is verklaarbaar. Volgens Jenny Reynaerts, senior conservator Schilderijen en voorzitter van de werkgroep Vrouwen van het Rijksmuseum, is deze ongelijkheid uit te leggen aan de hand van patronen uit het verleden. „Tot ver in de twintigste eeuw hebben vrouwen minder kansen gehad om zich te ontplooien buiten de geijkte rol van echtgenote en moeder.” 

Dat geldt voor elk beroep, dus ook voor kunstenaars. Als vrouw had je vroeger vrijwel geen toegang tot een opleiding, atelier of netwerk, met uitzonderingen daargelaten. Vrouwen lopen in feite dus achter op mannelijke kunstenaars. Hoewel de interesse in kunst van vrouwen groeit, resulteert dit tot op heden in minder financiële erkenning voor vrouwelijke kunstenaars. Gevierde mannelijke kunstenaars hebben al jaren een bepaalde status op de kunstmarkt. Bij vrouwelijke collega’s groeit deze status de afgelopen jaren pas. 

Musea als influencers 

De Amerikaanse kunsteconoom Don Thompson legt nadruk op de rol die musea spelen in het vormen van de kunstmarkt. De meeste werken van de top-10 van best verkochte mannelijke kunstenaars bevinden zich soms al een halve eeuw in internationaal gerenommeerde musea. Elk belangrijk museum heeft een Monet, Picasso of Rothko. Bij vrouwelijke kunstenaars is dit nog niet het geval.

Thompson spreekt van een marktschaarste met betrekking tot mannelijke kunstenaars. Dat hun kunst veelal in musea hangt en niet snel op de markt zal verschijnen, vergroot de marktwaarde. „Zodra er een Picasso op de markt komt, verkoopt die voor 150 miljoen euro.” Omdat musea pas de afgelopen jaren hebben erkend dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in hun collecties, wordt er tegenwoordig moeite gestopt in het tonen van kunst van vrouwelijke kunstenaars. Musea fungeren als influencers van de kunstmarkt. Het afgelopen jaar stonden er in onder andere het Londense Tate Modern, Centre Pompidou in Parijs en het MoMA in New York al tentoonstellingen met enkel vrouwelijke kunstenaars op de agenda. „De invloed van musea heeft de markt voor vrouwelijke kunstenaars de afgelopen jaren doen opbloeien”, zegt Thompson.

Joan Mitchells La Grande Vallée VII werd bij Christie’s (New York) in juli 2020 geveild voor 11 miljoen euro. Foto John Angelillo/ ANP

Niet alleen musea bepalen de prijs van kunst. Veel verschillende factoren en ook trends spelen een belangrijke rol. Sarah de Clercq, managing director van Sotheby’s The Netherlands, ziet de groeiende aandacht voor vrouwelijke kunstenaars. Als gevolg van de pandemie vonden veel veilingen online plaats. Door groei van ‘online sales’ is er een grote groep nieuwe, en vooral jonge kopers ontstaan, legt De Clercq uit. Bij Sotheby’s merken ze hierdoor meer aandacht voor andere genres, zoals vrouwelijke kunstenaars. „Mensen bieden makkelijker op dergelijke werken omdat ze vinden dat vrouwelijke kunstenaars een meer prominente plek verdienen in het kunstlandschap.” Thompson noemt dit fenomeen ‘status buying’: voor veel kunstkopers is het aanschaffen van het werk van een vrouw een manier om hun ‘wokeness’ te tonen.

Inclusief wereldbeeld

Zowel De Clercq als Reynaerts menen dat de prijsstijging gepaard gaat met de opkomst van een inclusiever wereldbeeld. „We moeten de blinde vlekken opmerken die we in ons wereldbeeld hanteren”, stelt Reynaerts. Te vaak worden ongesigneerde werken toegeschreven aan ‘de kring van’ een mannelijke kunstenaar. Dit omdat die naam bekend is op de markt. Reynaerts vindt dat het aandacht verdient ons te verdiepen in vrouwelijke kunstenaars die voor het publiek onbekend zijn. „Ons referentiekader moeten we niet als vanzelfsprekend beschouwen.” 

Joan Mitchell stond tien jaar geleden op nummer 103 van de wereldwijde ranglijst. Yayoi Kusama op 139, Tamara de Lempicka op 95 en Helen Frankenthaler op 491. Of de top-50 over tien jaar voor de helft gevuld zal zijn met vrouwelijke kunstenaars? „Dat is koffiedik kijken”, zegt De Clercq. Thompson is optimistisch. „Tijden veranderen”, lacht hij. „Het zou me niet verbazen als de top-10 over tien jaar voor de helft uit vrouwelijke kunstenaars bestaat.” 

Uiteindelijk zal de lange termijn bepalen of er waarde ligt in het werk van vrouwelijke kunstenaars, maar in een ideale wereld zou er geen aandacht moeten liggen op het genderaspect, meent De Clercq: „Uiteindelijk draait het om de kwaliteit van het werk.”

nrc




Tags: Frida Kahlo, Kunst

Comments powered by CComment