Ze moest elke centimeter van haar persoonlijke ontwikkeling bevechten

2

0 user and 2 guests have thanked.


  Zelfportret uit 1932 van Jeanne Bieruma Oosting (1898-1994).Beeld Jeanne Bieruma Oosting/ Museum Henriette Polak

Werken was in haar familie een schande maar tekenen mocht wel, als liefhebberij. Daar hield ze het niet bij. Jeanne Bieruma Oosting (1898-1994) ging schilderen, beeldhouwen, bekwaamde zich in lithografie en werd ook illustratrice. In haar rijk geïllustreerde biografie vertelt Jolande Withuis dat het kunstenaarschap van Oosting niet van een leien dakje ging. Ze moest elke centimeter van haar persoonlijke ontwikkeling bevechten. Hoewel haar ouders het maar niks vonden, vertrok de Friese Jeanne eerst naar Bloemendaal en daarna naar Den Haag om schilderlessen te volgen.

Oosting zocht het avontuur op en vertrok in 1929 naar Parijs. Ze zou er tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog blijven. Hoewel ze aan toonaangevende exposities deelnam en een toelage van haar aristocratische familie kreeg, was het bestaan in de Franse hoofdstad niet gemakkelijk. Dat veranderde allemaal toen haar vader in 1936 zelfmoord pleegde, nadat zijn financiële malversaties aan het licht waren gekomen. Met de pachtopbrengsten uit de erfenis van enkele boerderijen kon ze een mooi appartement en atelier in Parijs betrekken.

Hoewel Oosting intieme vriendschappen met lesbiennes onderhield, is maar van één vrouw bekend dat ze er het bed mee deelde, dat was Netty Wind. Zij was de echtgenote van de dichter Martinus Nijhoff en publiceerde onder de naam A.H. Nijhoff. Een verhouding was het niet, ze beleefden ‘een paar exceptioneel ­gelukkige nachten’ en een liefdevol ‘weekje Limburg’. Jeanne werd vervolgens nogal ­arrogant afgeserveerd.
Rijkeluisdochter

Na Parijs had Jeanne zich in Amsterdam gevestigd, maar met de dreigende hongerwinter in 1944 in het verschiet besloot ze naar haar moeder in het Friese Beetsterzwaag te vertrekken. Toen Jeanne aankwam op hun landgoed, trof ze behalve haar moeder ook twintig nonnen, honderd Limburgse kinderen en vijfendertig Duitse soldaten in huis aan. Van het gegoede leven van een deftige familie was niet veel over.

In deze biografie wordt duidelijk hoe Oosting van een rijkeluisdochter transformeerde naar een onafhankelijke, hardwerkende kunstenaar. Ze deed mee aan tal van exposities, in Nederland, Frankrijk, Duitsland maar ook in Philadelphia, Johannesburg en Saigon. In 1957 was ze de enige vrouw bij de Nederlandse inzending voor de tweede Biënnale van Sao Paulo. Haar werk werd door toonaangevende musea aangekocht, in Nederland maar ook door de Bibliothèque Nationale in Parijs en het Smithsonian Institution in Washington.

cover boek Jolanda withuisJeanne Bieruma ­Oosting (1898-1994), Jolande Withuis De Bezige Bij, €39,99, 474 blz.


Bemoeierige moeder
Het aantrekkelijke van deze biografie is dat veel over Oostings kunst wordt verteld, maar het nadrukkelijk geen kunsthistorisch boek is. Withuis blijft dicht op de huid van Oosting zitten, brengt haar netwerk goed in kaart en weet de context steeds als decor op de achtergrond te houden. Boeiend is hoe het grootgrondbezittersmilieu van Oosting, waar men wel van schilderijen hield maar niet van schilders, bijna terloops maar zeer overtuigend in de persoon van Oostings moeder in kaart wordt gebracht. Eerst beschermend en net als haar man paternalistisch naar haar dochter, daarna vinnig en bemoeierig. Pas na de dood van haar man werd het contact met haar dochter goed. Bazig bleef ze wel.

Deze prachtig geschreven biografie wordt wel ontsierd door een zekere verongelijktheid over het lot van de vrouw in het algemeen. Daar is veel over te zeggen, maar in het geval van Oosting is het toch een beetje mal. Zij groeide op in een zeer rijke familie, daardoor kon ze schilderlessen nemen en jarenlang in Parijs wonen. Ze kocht in 1937 zelfs een auto.

Over grafische kunst wordt gezegd dat het een typisch mannengenre is, maar Oostings litho’s werden ‘direct na verschijning aangekocht’ door het Amsterdamse Prentenkabinet en door Museum Boijmans. Alleen al aan de afbeeldingen in dit boek is te zien, hoe terecht Withuis haar de grande dame van de Nederlandse ­grafiek noemt. Geen reden dus haar doorlopend in de slachtofferrol te drukken. Maar deze biografie helpt goed haar werk nader te duiden.
Babylijfjes

Zo komt in haar litho’s een duistere kant in haar werk naar voren. Op haar prenten zien we een vrouw met een strop op haar schoot, een andere vrouw treft haar man aan die zich heeft opgehangen en een vrouw die wijdbeens op haar rug ligt, terwijl rondom haar babylijfjes zweven. Dat de sekse van de beschouwer een belangrijke rol in de receptie van Oostings kunst speelde, is wél een feit. Withuis illustreert dat met de recensie van deze litho’s door Kasper Niehaus. Hij schreef in De Telegraaf: ‘In dit rijk van wanhoop en eenzaamheid volgt men vooral een vrouw niet gaarne’.

Na moeders dood kregen Oosting en haar broer en zus een grote erfenis. Ze kocht daarvan een landgoed in Almen. Ze ontving regelmatig logés, waaronder Adriaan Roland Holst. De gastvrouw, hoewel ze Holst al jarenlang kende, viel als een blok voor hem. Weer werd haar verliefdheid niet beantwoord. De vriendschap bleef wel bestaan. Een andere vriendschap was die met Marie Anne Tellegen, directeur van het kabinet van de koningin. Met haar ontstond een ware zielsverwantschap.

Ondertussen bleef Oosting veelvuldig exposeren. Ze was dan wel bemiddeld maar als het om haar werk ging, viel er niet te marchanderen. Toen een dorpsgenoot minder voor een aquarel wilde betalen dan de vraagprijs, knipte ze een reep van het werk af.

HET PAROOL




Tags: Kunst, Jeanne Bieruma Oosting, Jolanda Withuis, Parijs

Comments powered by CComment

Articles - FJ Related Plus

SJ Xmas