Lara Rense is genderfluïde: 'Ik ben nooit alleen meisje geweest'

1

0 user and 1 guest has thanked.

 Radio 1-presentator Lara Rense (47) zoekt de balans, zeker nu het nieuws haar persoonlijk raakt: emoties laten zien, maar ook altijd kritisch en scherp blijven. ‘In mijn privéleven gaat het er soms stukken minder beschaafd aan toe.’

Haar goede vriendin Afina waarschuwde vooraf aan de telefoon: zeg tegen Lara Rense niet te hard dat de co­ronatijd ook prettige kanten heeft, dat kan een hoogoplopende discussie opleveren. Ze sprak uit ervaring.

Afina vertelde dat de sfeer in de Zoom-borrel van jullie voetbalteam omsloeg toen ze eruit floepte dat ze zo fijn tot rust kwam in deze dagen van zoveel mogelijk thuisblijven.

“Ik kan vrij vurig zijn in zulke gesprekken, ja. Mijn eerste reactie was: ‘Weet je wel hoeveel mensen elke dag doodgaan?’ In die dagen hadden we de top van de coronacurve nog niet achter ons, we wisten niet precies waar het naartoe ging met dat virus. De onzekerheid benauwde me. Diezelfde week hadden we een Italiaanse ic-verpleegkundige in de uitzending van Nieuws en Co laten horen. Ze zei huilend over de overlopende ic’s: ‘Wij moeten nu beslissen over wie leeft en wie niet.’ Dat greep me erg aan.”

“Toen Afina die opmerking maakte, dacht ik: wat? Dit is toch geen tijd om te genieten? Pas later realiseerde ik me dat ieders reactie op deze crisis heel erg afhangt van hoeveel druk er hiervoor op je leven heeft gestaan. Zij heeft als uroloog normaal gesproken een waanzinnig druk bestaan. Het was zo dubbel: het ene deel van Nederland kwam op adem, maar het andere hapte naar adem. Dat hield me ontzettend bezig.”

Zelfs een geharnaste nieuwsjournalist blijft dan niet onbewogen?

“Ik heb onder meer live gepresenteerd toen het nieuws van de aanslagen in de metro’s van Londen binnenkwam. Dan ben ik eigenlijk op mijn best. Ik kan snel schakelen, de luisteraar meenemen bij het verwerken van zulk nieuws. Maar dit… Dit heb ik als mens, als journalist nog nooit meegemaakt. Dat er zoveel op het spel staat. Voor iedereen. Het is zo precair. Zo onzeker.”

Wat dacht u toen u maandag de beelden van het protest op de Dam zag?

“Ik dacht van alles tegelijk eigenlijk. Ik vond in de reacties vooral de nuance ontbreken. Er zijn zoveel lagen. Ik begreep dat er behoefte was om samen te komen. Ik hoor regelmatig verhalen die me raken, waardoor ik weet dat het nodig is om je uit te spreken tegen racisme. De aantallen grepen me ook aan, heel indrukwekkend. En tegelijkertijd schrok ik ervan. Ik dacht: Nee, niet zo dicht op elkaar! We hebben geprobeerd in Nieuws en Co al die lagen van die spagaat aan bod te laten komen.”

Afina zei: ‘Lara laat deze crisistijd dit keer bewust onder haar huid komen.’

“Ik wil dit voelen, ja. Ik ken ook mensen die zeggen: ‘Ik laat het nieuws even voor wat het is.’ Maar ik wil heel bewust voelen wat er nu gebeurt. Omdat de implicaties zo groot zijn. Omdat het zoveel mensen raakt. Omdat levens voorgoed veranderen.”

Het raakt u nu ook, zie ik.

“Ik heb na heftige nieuwsgebeurtenissen ook weleens moeten huilen als ik thuiskwam. Of na een interview dat veel indruk op me maakte. In de uitzending blijf ik altijd koelbloedig. Dan kies ik altijd voor professioneel en empathisch. Dat ontlaadt zich dan meestal thuis. Maar nu is de impact veel groter. Dat voel ik en sta ik mezelf ook toe.”

BEELD IMKE PANHUIJZEN/ASSISTENT JOSKE VINK

Kunt u dat goed regisseren? De tranen voor thuis en de professionaliteit op de zender?

“Ik sprak ook een Nederlandse ic-­verpleegkundige. Dan laat ik wel merken dat ik meeleef, hoor. Dan laat ik een stilte vallen, bedank haar voor haar verhaal of toon meer zachtheid. Maar daarna is het: knop om en verder. Er is altijd weer een nieuw gesprek of een ander onderwerp.”

Overvalt emotie u nooit volledig?

“De enige keer dat dat gebeurde, had met mijn collega Joost Karhof te maken. Een jaar na zijn overlijden draaiden we in de uitzending het nummer Cowboys and Angels. Hij was groot fan van George Michael. Ik moest dat nummer afkondigen en mijn stem brak. Dat hoorde iedereen. Ik moest ook eigenlijk huilen, maar heb dat toen nog kunnen uitstellen. Toch vond ik de emotie helemaal oké. Zolang je niet jankend over je microfoon hangt, mag je de luisteraar best laten horen dat er aan de andere kant een echt mens zit.”

Uw programma wordt deze dagen vast aandachtiger beluisterd dan ooit.

“Dat is ook weer zo dubbel, ja. We krijgen inderdaad ontzettend veel reacties van luisteraars. Je zou elke uitzending helemaal kunnen vullen met hun vragen over corona. We zoeken de balans. Mengen licht met zwaar. En blijven scherp, want onze kerntaak is om het overheidsbeleid te controleren en kritisch te zijn. Een lastig evenwicht, want vertrouwen in de instanties is in deze fase ook belangrijk. Mensen moeten wel de regels naleven.”

En dat allemaal in anderhalf uur. Want u bent een uur kwijtgeraakt aan Stax&Toine op NPO Radio 1, dat in januari begon.

“Ik vond het al jammer, maar in deze dagen al helemaal. Er is zoveel te vertellen, we komen tijd tekort. Als we nou een halfuur terug zouden krijgen, zou het al helpen.”

U schreef op Facebook een vrij kwaad bericht toen het besluit bekend werd.

“Het was, op z’n Hollands gezegd, gewoon kut. Het deed me echt pijn. Ik ben er inmiddels overheen hoor, maar ik snapte het niet. We hadden net de samenwerking tussen de NOS en NTR op orde. Die twee bloedgroepen waren zo goed naar elkaar toe gegroeid. En dan in één keer een heel uur eraf. Ik was boos en heb dat laten merken.”

Het voelde alsof alle moeite werd ontkend?

“Eigenlijk wel, ja. Maar het ging natuurlijk ook om omroeppolitiek. Dat gaf een machteloos gevoel. Maar goed, dat hoort erbij in Hilversum. Als je daar niet tegen kunt, moet je er niet willen werken. Ik heb er een punt achter gezet. Er mag best even een bord tegen de muur, maar je moet wel samen de scherven weer opruimen.”

Vriendin Viv steekt haar hoofd om de deur van de woonkamer. Op de twintigste verdieping van het appartementencomplex met uitzicht op het Flevopark ontstaat meteen rumoer. Adolescente poezen Jip en Otje stuiven het aanrecht op, hopend op een uitbreiding van hun dagmenu. En dat terwijl Viv juist kwam aankondigen een belangrijke videobelvergadering in te gaan. Enige huiselijke rust kan daarbij geen kwaad.

Een parkbankje beneden biedt uitkomst. De groene omgeving maakt bij Rense nieuwe verhalen los. Over haar trip naar Texel van afgelopen maand, bijvoorbeeld. Een week vogelen met Viv en twee vriendinnen. “We hebben wel getwijfeld. Konden we wel weg in deze tijd? Ik heb er een beetje naartoe geredeneerd: er is heel veel ruimte op het eiland en we zoeken alleen de rust van de natuur op.”

Midden in deze nieuwsstorm zit u op een duintop een kluut te begluren?

“Ja, maar dat doe ik thuis ook. Viv en ik vogelen nu al twee, drie keer in de week. Gewoon hier in de buurt. De natuur geeft zoveel nu.” Een lach: “En ik bedoel vogels kijken hè. Dat andere vogelen blijven we ook doen.”

BEELD IMKE PANHUIJZEN/ASSISTENT JOSKE VINK

Wat brengt dat vogels kijken u?

“Het voelt heel fijn me zo te verbinden met mijn omgeving. Ik probeer ook altijd precies in me op te nemen welke bloemen en bomen er bloeien. Als je goed naar het landschap kijkt, zie je elke keer weer iets nieuws. Viv en ik hebben ook elk jaar een wensvogel. Die willen we dan absoluut spotten. Dit jaar was het de groene specht. Die bleek dus gewoon hier in het park te zitten! Om mijn cruijf­fiaanse motto aan te halen: pas als je echt kijkt, zie je het.”

“Vogelen is een heel ritueel. Eerst je inlezen. Hoe herken je die vogel? Welk geluid maakt hij? Waar nestelt hij vooral? En dan op zoek. Als het lukt, kan ik euforisch zijn. Ik ben bij het zien van een bijeneter tot tranen geroerd geweest. Op Corsica was dat. We vonden er zes tegelijk, zo mooi. Een heel verfijnd vogeltje, met prachtig gekleurde veren en een gebogen snaveltje. Op Texel had ik hetzelfde met een dwergstern. Weer janken van geluk.”

“En na afloop alles nabespreken, hè? Biertje erbij en dan de foto’s vergelijken met die in de boeken. Net als in mijn werk wil ik exact weten wat ik heb gezien en of dat wel klopt.”

Niet alleen dan, begreep ik. Uw vriendinnen zeiden: ‘Vertel Lara nooit een flard van een geheim. Ze rust niet voor ze het hele verhaal boven water heeft.’

“Haha, dat is gewoon nieuwsgierigheid. Ik hoor inderdaad weleens dat ik wel erg veel vragen stel, ja. Niet iedereen vindt dat fijn. Maar als je mij vertelt dat er iets in je relatie niet helemaal goed zit, wil ik ook precies weten wát dan. Dan ken ik geen taboes: oké, je partner is controlerend? Wat zegt ze dan? Wat doet ze dan precies? Misschien maakt dat het vermoeiend om met mij om te gaan, maar ik ben niet zo heel goed in oppervlakkige gesprekjes.”

Afina zei: ‘Lara is de radioversie van Jinek. Haar gasten lopen zonder dat ze het weten haar web in. Heel langzaam werkt ze dan de prooi naar binnen. Maar het blijft altijd beschaafd.’

“Dat vind ik een mooie omschrijving. Ik denk er goed over na, wil iets van mezelf meenemen en iets oprechts naar boven halen. Er zijn zoveel dichtgetimmerde politici en persvoorlichters die alleen maar in holle frasen praten. Dan wil ik graag wat van die teflonlaag afschuren, die mensen even uit evenwicht brengen. Een beetje bijten vind ik lekker.”

Uw goede vriendin Lucy vertelde dat u haar als buitengewoon ambtenaar hebt getrouwd. In uw speech kwam u uitgebreid terug op de periode dat haar relatie met haar aanstaande even uit was.

“Ja. Dat is toch niet gek? Ze vragen mij niet om een of ander standaardpraatje te houden. Ik ken ze zo goed dat ik ook de ups en downs van hun relatie ken. We hebben zelfs gefantaseerd om samen te wonen: wij vieren in een groot huis en dan die kinderen erbij – zij hebben drie kinderen. Dat zou toch wat zijn? Vanuit dat gevoel kun je elkaar alles zeggen.”

Ik denk niet iedereen dat zou doen in een volle trouwzaal.

“Ik mag hopen van wel. Hetzelfde geldt voor zo’n discussie met Afina. Het is toch belangrijk dat we allebei hebben kunnen zeggen wat we voelden? Oké, dat was even ongemakkelijk. Maar daarna praten we het rustig uit. Het mag toch wel een beetje schuren? Ik ben niet bang voor een beetje wrijving, hoor.”

In hoeverre valt u als presentatrice samen met uw privépersoonlijkheid?

“In mijn privéleven gaat het er soms stukken minder beschaafd aan toe. Op het voetbalveld presteerde ik het een tijdlang om bijna elke wedstrijd terecht te komen in een discussie met de scheidsrechter. Bij elke verkeerde beslissing móést ik er gewoon wat van zeggen. Begon ik weer: ‘Scheiiiiids!’ Mijn teamgenoten voelden dan al waar dat heen ging: ‘Lara. Niet doen.’ Toch liet ik me soms gaan en was ik af en toe echt vervelend. Snel reageren, meteen counteren. Dat laatste gebruik ik soms in interviews, dan zit ik erbovenop. Op die momenten ben ik erg geschikt voor de rol van bad cop. Maar inmiddels kan ik beter doseren, weet ik meerdere lagen in een gesprek aan te boren.”

Waarom zocht u die confrontatie steeds op?

“Het was lang wat onrustig in mijn leven. Tot ik erachter kwam dat ik het vaak zelf was die die onrust veroorzaakte. Als je een steen in de vijver gooit, kun je daarna niet zeggen dat je niet van rimpelingen in het water houdt, besef ik nu. Maar dat verband heb ik toch een tijdje niet gezien. Ik ben minder stenen gaan gooien. Even niets doen, of stil zijn, kan ook werken. Die realisatie is doorgesijpeld in mijn interviewstijl.”

Waar bestond die onrust uit?

Stilte. “Ik aarzel, omdat het ook over anderen gaat. Laat ik het zo zeggen: mijn ouders hadden een tumultueuze relatie. Ik vermoed dat ik dacht dat al die rimpelingen bij het leven hoorden. Zonder dat ik het doorhad, ben ik dat gaan kopiëren. Dat leidde tot dat soort gedrag op het voetbalveld. In het klein ging dat over mijn leven. Dat ik steeds tegen die scheids stond te fulmineren, ging ten koste van mijn eigen spel. En daarbij ging die scheids waarschijnlijk ook steeds met een slecht humeur van het veld.”

En hoe ging dat in de liefde?

“Ben ik ook fladderig in geweest. Ik bleef altijd op zoek. Dan had ik een relatie en begon ik om me heen te kijken. Is dit het nu? Is er niet meer? Ik ging ook weleens vreemd. Allemaal rimpelingen in die vijver.”

Had u veel relaties voor u hier rustig vogelend aanlandde?

“Ik heb een paar lange relaties gehad, ja. Van tien, vijf en drie jaar. En een paar kortere liefdes. Allemaal op hun eigen manier waardevol. Viv en ik kennen elkaar al vijftien jaar, hadden altijd een bijzondere band. Nu zijn we vijf jaar samen. En ik hoop nog heel lang, zo niet oneindig. Veel van die onrust is nu weg. Wat er nog over is, omarm ik. Daarin huizen mijn vuur en creativiteit. En het is niet zo dat ik ineens van gezapig houd. Maar ik zie wel beter wat die ongedurigheid met mezelf en mijn omgeving doet.”

Was u als jong meisje ook al zo onrustig?

“Weet je wat het is? Ik ben nooit alleen maar een meisje geweest. Ik heb altijd twee kanten in me gehad. Genderfluïde, zou je nu zeggen. Dat ambivalente gevoel dat ik bij veel zaken heb komt misschien daardoor.”

U voelt zich soms een meisje en soms een jongen?

“Nee, het is er altijd samen geweest. Tegelijk. Toen ik opgroeide was dat natuurlijk ingewikkeld. Toen ik een jaar of tien was, werd ik bij een wegrestaurant bij de meisjestoiletten geweigerd en naar de jongens-wc gestuurd. Ik had toen al periodes dat ik me heel jongensachtig kleedde. Nee, ik vond die reactie niet erg, ik snapte het wel. Ik roep verwarring op.”

Wanneer merkte u dat u zo in elkaar zit?

“Al toen ik heel jong was. Als klein meisje – althans, zo werd ik gezien – heb ik met een groep jongens steentjes naar het raam van een knap meisje in de klas staan gooien. Ook ik wilde haar aandacht trekken. Ik voelde me thuis in de groep, terwijl die jongens op een gegeven moment riepen: ‘Hé, wat doe jij hier eigenlijk, je bent een meisje!’ Dat soort reacties heeft me ervan bewust gemaakt: wat voor mij vanzelfsprekend is, hoeft dat voor een ander niet te zijn.”

Vond u het zelf nooit verwarrend?

“Nee. Verwarrend waren de afwijzende reacties van anderen. Die maakten dat ik me in de loop van de tijd heb aangepast, mezelf meer als vrouw heb neergezet. Daar ben ik nu de laatste jaren weer van teruggekomen. Ik vind het juist heel mooi dat het in me zit. Het biedt mij ruimte. Tussen jongen en meisje zit heel veel ruimte, snap je? Net als tussen nee en ja. De tussenliggende schakeringen pak ik ook mee.”

“De vraag is alleen altijd hoe om te gaan met de perceptie. Dat zal voor veel transgenders of homoseksuelen hetzelfde zijn, denk ik. Je bent je veel bewuster van jezelf, omdat anderen op je reageren.”

Die reacties zullen in uw jeugd in het Veluwse Nunspeet vast niet alleen maar begripvol zijn geweest.

“Ik denk niet dat heel veel mensen het daar doorhadden. Van mijn moeder moest ik in het begin nog weleens jurkjes aan en ik gedroeg me toen ook veel minder baldadig. Maar als we een playbackavond hadden in de klas en we BZN nadeden, was ik Jan Keizer. Zo uitte ik mezelf. Als kind kon ik daarop natuurlijk veel minder goed reflecteren. Dat maakt dat je je onbewust aanpast aan de norm.”

Voelde u zich wel tot één geslacht aangetrokken?

“Ja, dat zijn altijd vrouwen geweest. Misschien denk ik te ver door, maar ik vraag me nog weleens af of ik nu lesbisch ben of dat het heteroschap van mijn mannelijke deel heel sterk is ontwikkeld.”

Beleefde u ook een uit-de-kast-moment?

“Als tiener ja, als lesbiënne. Op mijn zestiende verhuisden we naar Rijswijk. Twee jaar daarna vertelde ik het. Dat was best een ding. Mijn ouders waren er een paar dagen goed van slag van, maar zeiden ook heel lief: ‘We beseffen nu pas hoe zwaar het voor je moet zijn geweest.’ Mijn genderfluïditeit ben ik eigenlijk pas een jaar of twee terug voor het eerst naar buiten toe gaan benoemen.”

Waarom toen pas?

“Ik heb het een beetje geparkeerd, ben me pas later gaan realiseren hoe ik echt in elkaar zit. Ik denk dat mensen me altijd al als een jongensachtige vrouw hebben gepercipieerd. Mede doordat ik altijd aan een soort gender-hacking gedaan. Door veel te sporten werkte ik aan een niet al te vrouwelijk lichaam: niet te brede heupen, maar wel stevige schouders.”

U zou uw lichaam niet met bijvoorbeeld een operatie willen veranderen?

“Nee, ik ben blij met mijn lijf en met wat het allemaal kan. Ik hou ook van de vrouwelijke kant.”

Wanneer merkt u nog dat u anders bent dan de meerderheid?

“Eigenlijk alleen in contact met anderen. Neem die enkele keer dat ik op tv kom. Dan moet ik altijd aan de visagist vragen om me een beetje neutraal op te maken. Er blijkt toch een soort standaard vrouwenbehandeling te bestaan. Het klinkt misschien gek, maar met veel make-up voel ik me soort travestiet.”

“Of zoals net, toen je het woord ‘meisje’ gebruikte. Ik laat het vaak gaan, hoor. Eigenlijk elke keer als ik met ‘mevrouw Rense’ word aangesproken. Ik ga dan niet steeds zeggen: ‘Zeg maar gewoon mens’. Ik zag dat schrijver Marieke Lucas Rijneveld zich in DWDD ‘tafelmens’ liet noemen. Vond ik leuk. Dat gevoel herken ik. Maar wie ‘mevrouw’ tegen me zegt: dat is ook prima. Ik ben heel tevreden met hoe ik in mijn vel zit.” 

Parool

Articles - FJ Related Plus