Wanneer worden vrouwelijke regisseurs Oscarwaardig?

5

0 user and 5 guests have thanked.

 

Toen actrice Issa Rae de Oscar-nominaties mocht voorlezen dit jaar deed ze dat keurig. Ook bij de categorie beste regisseur. Martin Scorsese, Todd Philips, Sam Mendes, Quentin Tarantino, Bong Joon Ho.

Blik in de camera. ‘Gefeliciteerd, mannen’, voegde ze er vervolgens met een uitgestreken gezicht aan toe.

Het moment was zo voorbij, maar wie het filmprijzenseizoen tot dan toe een beetje had gevolgd wist: dit is een overduidelijk protest. Bij de Golden Globes, de Bafta’s en zo’n beetje alle andere belangrijke filmprijzen schitterden de vrouwelijke regisseurs door afwezigheid. Al weken klonk daar kritiek op, binnen en buiten de filmindustrie. Want het was niet dat er geen goede kandidaten waren. Waarom werd bijvoorbeeld alleen acteur Tom Hanks steeds genomineerd voor biopic A Beautiful Day in the Neighborhood, maar niet regisseur Marielle Heller? Hoe kan het toch dat Olivia Wildes verfrissende tienerkomedie Booksmart over het hoofd werd gezien, net als Lorene Scafaria’s feministische stripperfilm Hustlers? Als een buitenlandse film als Parasite zoveel nominaties wist binnen te slepen, waarom dan geen waardering voor Céline Sciamma’s magistrale Portrait de la jeune fille en feu?

Op zijn mínst, vond het koor van critici, had Greta Gerwigs Little Women vaker genomineerd moeten worden: ze was door critici de hemel in geprezen voor de manier waarop zij de klassieke roman uit 1868 over de relatie tussen vier zussen een eigentijdse draai had gegeven. Met zes nominaties werd die film bij de Oscars opmerkelijk hoger gewaardeerd dan bij de andere filmprijzen, en dat maakte het des te opmerkelijker dat Gerwig geen regie-nominatie kreeg. De aanzwellende kritiek richtte zich vooral op die omissie: zelfs Hillary Clinton vond er iets van. ‘Greta Gerwig had zeker een regienominatie verdiend’, liet de voormalige presidentskandidaat desgevraagd weten aan tijdschrift Vanity Fair.

Regisseur Greta Gerwig met Meryl Streep op de set van Little Women. 

Het gebrek aan waardering voor vrouwelijke regisseurs is al jaren punt van discussie. Het ‘vrouwelijke genomineerden-tellen’ hoort inmiddels net zo bij het prijzenseizoen als rode lopers, glitterjurken en  acceptatie-speeches. Jaar in jaar uit worden in de aanloop naar de Oscars dezelfde cijfers genoemd: sinds de eerste uitreiking van de prestigieuze filmprijs in 1929 zijn er slechts vijf vrouwen genomineerd voor beste regisseur. Een van hen wist die uiteindelijk te verzilveren: Kathryn Bigelow won de regie-Oscar voor The Hurt Locker. Dat is alweer tien jaar geleden. Zestien mannen ontvingen een ere-Oscar, en Agnès Varda. In 2017.

Issa Rae was niet de eerste die het gebrek aan vrouwelijke nominaties benoemde. Natalie Portman ging haar in 2018 voor, op het podium van de Golden Globes. ‘En hier zijn de mánnelijke genomineerden voor beste regie’, benadrukte ze toen. Er is sindsdien niets veranderd. Sterker nog: wie de films van de Oscar-genomineerde regisseurs van dit jaar bekijkt, kan zelfs concluderen dat die gaan over gefrustreerde mannen die worstelen met het feit dat hun plek in de wereld plots wordt bedreigd. ‘White male rage’ is de rode draad door de grootste kanshebbers, zong Melissa Villaseñor nog vrolijk in een sketch vanSaturday Night Live. Wie bozer is, kan zeggen dat de keuze voor films als Joker en The Irishman voelt als een grote mannelijke middelvinger van de Academy naar de vrouwen die hun plaats opeisen.

Dat valt lastig hard te maken. De Academy bestaat uit acht- à negenduizend mensen die anoniem stemmen. Als daar al principiële vrouwenhaters tussen zitten, dan kunnen die nog geen statement maken. De smaak van de meerderheid wint.

Maar hoe kan het dan toch dat vrouwen consequent buiten de boot vallen? Punt is dat die meerderheid nogal homogeen is. Uit een onderzoek van de Los Angeles Times in 2012 bleek dat de leden overwegend wit (94 procent) en man (77 procent) waren, met een gemiddelde leeftijd van 62 jaar – slechts twee procent was onder de 40. Van die cijfers, zo zwart-op-wit, in de openbaarheid, schrok de Oscar-organisatie blijkbaar ook. Sindsdien probeert ze de samenstelling diverser te maken: er werden de afgelopen jaren een paar duizend nieuwe leden aangenomen, vooral ‘jonge’ mensen, vrouwen en mensen van kleur. Inmiddels bestaat de Academy voor 32 procent uit vrouwen – langzaam maar zeker wordt de afspiegeling beter.

Maar dat betekent nog niet dat die vrouwen allemaal mogen stemmen voor ‘beste regisseur’. Als Academy-lid stem je op ‘beste film’ en op je vakgenoten. En precies binnen de regisseurs-categorie loopt de diversificatie minder soepel. De regels dicteren namelijk dat regie-leden minstens twee films moeten hebben geregisseerd ‘die aan de hoge kwaliteitseisen van de Academy voldoen’ en waarvan er een in première ging in de afgelopen tien jaar. Wie ooit voor een Oscar was genomineerd hoeft er maar één gemaakt te hebben. En verder kan het comité ‘in bijzondere gevallen’ nog uitzonderingen maken.

Hier ligt dus het echte probleem: er zijn nauwelijks vrouwen die aan deze, vrij eenvoudige regels voldoen.

Dat heeft te maken met de filmindustrie, waar vrouwen bewezen minder kansen krijgen, vooral op het gebied van films die ‘voldoen aan de kwaliteitseisen van de Academy’. Waar mannelijke onafhankelijke filmmakers bijvoorbeeld bij succes regelmatig een duurder prestigeproject kunnen aanpakken om hun tanden in te zetten, geldt dat voor hun vrouwelijke collega’s niet. Dan heet het plotseling ‘een risico’ om zo iemand plots met grote budgetten en sets om te laten gaan. Neem regisseur Patty Jenkins. Haar Monsterleverde Charlize Theron in 2003 een Oscar op, maar het kostte haar een decennium om haar superheldenfilm Wonder Womanvan de grond te krijgen. ‘Een gokje van 150 miljoen’, omschreef The Hollywood Reporter de keuze voor haar bij de release. Om vervolgens het lot van vrouwen die hetzelfde ambieerden in haar handen te leggen. ‘Kan Jenkins het superheldengenre veilig maken voor vrouwelijke regisseurs?’, vroeg het vaktijdschrift zich af.

Terug naar die Academy. Zelfs al zijn er minder vrouwelijke regisseurs om op te stemmen en worden die stemmen grotendeels uitgebracht door mannen, dan wil dat toch niet zeggen dat die de kwaliteiten van die vrouwen niet herkennen? ‘We stemmen niet op sekse. We stemmen op films en prestaties’, liet de woordvoerder van de Golden Globes weten toen hem door vaktijdschrift Variety gevraagd werd naar het ontbreken van genomineerde vrouwelijke regisseurs.

Dat kan zo zijn, maar de praktijk wijst anders uit. ‘Laat ik het zo zeggen’, probeerde producer Amy Pascal in Vanity Fair te verklarenwaarom Little Women zo weinig genomineerd is voor de grote filmprijzen, ‘ik geloof niet dat mannen en masse naar de screenings zijn gegaan. En als ze de film op dvd hebben gekregen, weet ik niet of ze de film ook daadwerkelijk hebben gezien.’

Dat kan een kwestie zijn van smaak. Maar het kan ook zo zijn dat gevoeligere films – en dat zijn de door vrouwen geregisseerde goede films van dit jaar – niet voelen als ‘Oscarmateriaal’. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een maffia-epos als The Irishman, of een visueel spectaculair oorlogsdrama als 1917. Het is wellicht geen wonder dat de enige vrouwelijke regisseur die een Oscar won, Bigelow, dat deed met een film over een man in een oorlog. Misschien is er, zoals Ellen E. Jones beweerde in The Guardian, iets anders aan de hand: dat vrouwelijke ervaringen cultureel-historisch gezien minder belangrijk worden geacht dan mannelijke. Maar dit alles kun je pas echt zeggen als er evenveel mannen als vrouwen stemmen.

Roepen dat er schandalig weinig vrouwen genomineerd zijn voor een Oscar is dus niet onterecht, maar het ligt ingewikkelder dan het lijkt en het lost niets op. Daarbij: wie alleen vrouwelijke Oscar-genomineerden telt, mist het hele plaatje. Films zijn soms jaren in ontwikkeling - het duurt even voordat je veranderingen ziet. De filmwereld is een soort olietanker: je kunt niet verwachten dat die plots een enorme draai maakt. De afgelopen jaren zijn meerdere initiatieven gelanceerd om vrouwen in het algemeen meer kansen te geven binnen de filmindustrie, iets dat door de zaak-Harvey Weinstein in een stroomversnelling kwam. Het leek toch gezonder als de sector een betere afspiegeling zou zijn van de samenleving.  

En de kritiek op het gebrek aan regisserende vrouwen in de hoofdcompetities van de grote filmfestivals bijvoorbeeld, lijkt voorzichtig effect te krijgen. Zo laten de selecties van Sundance en de Berlinale zien dat de programmeurs meer oog hebben gekregen voor vrouwen: in Berlijn zijn zes van de competitiefilms gemaakt door een vrouw. ‘Het is nog niet fif­ty­fif­ty, maar we zijn op weg’, aldus artistiek directeur Carlo Chatrain in The Guardian. Cannes en Venetië blijven nog steeds  achter, maar daar werd bijvoorbeeld wel een initiatief ontwikkeld om het werkende ouders met kleine kinderen makkelijker te maken door kinderopvang te regelen. ‘Een gamechanger’, schreef Melissa Silverstein van de organisatie Women and Hollywood. Dit soort initiatieven maakt het makkelijker om door te werken in een sector waarin je soms noodgedwongen weken van huis bent, terwijl je een baby hebt. Het voorkomt onhandige gaten in het cv in een wereld waarin je in minder dan geen tijd vergeten bent.

Regisseur Patty Jenkins in 2017. Beeld Chris Pizzello/Invision/AP

Uit een vorige week gepubliceerde studie bleek bovendien dat het aantal vrouwelijke regisseurs is gegroeid van 4,1 procent in 2011 naar een recordaantal van 15,1 procent in 2019. Die vrouwen maakten ook grotere films –Captain Marvel en Frozen 2 bijvoorbeeld, behoren tot de toptien films die het afgelopen jaar het meest geld opbrachten. Mede door het grote succes van Jenkins’ Wonder Woman is het Hollywood de afgelopen jaren duidelijk geworden dat verhalen over ‘sterke vrouwen’ goed verkopen. Wat vrouwelijke scenaristen en regisseurs leveren zijn gelaagde personages waarin vrouwen zich kunnen herkennen, met verhaallijnen die ze aanspreken. Vandaar dat ze ook zo in de markt worden gezet.

Daar is een klein risico bij: de feministische thema’s liggen er precies in die films van vrouwen soms wel erg dik bovenop. Maffiafilm The Kitchen en Charlie’s Angels zetten het vrouwen-worden-onderschat-door-mannen-narratief wel heel dik aan. Voelt het oprecht en is het ingebed in een goede film, zoals in superheldenfilms als Captain Marvel en Birds of Prey, dan klopt dat. Maar in slechte films stoort het als voor de zoveelste keer It’s a Man’s World wordt ingezet op de soundtrack en beginnen plichtmatig voelende gesprekken over het patriarchaat te irriteren. Bovendien dwingt het je films van vrouwen steeds langs een soort feministische meetlat te leggen en steeds hun sekse te benoemen in recensies en interviews.

Regisseur Shannon Murphy van Babyteeth werd er tijdens het filmfestival in Venetië een beetje moe van. Als een van de twee vrouwen in de competitie moest ze steeds vragen beantwoorden over het tekort van vrouwelijke regisseurs.

‘Ik wil niet dat het geslacht van de regisseur het werk zelf overschaduwt’, zei ze in Screen International. ‘Ja, ik ben vrouw. Ja, dat is niet normaal in de filmindustrie, maar dat zou het wel moeten zijn. Ik vind het belangrijk dat ik niet het gevoel heb dat ik hier ben omdat ik een vrouw ben. Ik werk net zo hard als mannelijke regisseurs. (…) Wij, vrouwen, krijgen deze vragen voortdurend. (…) Maar ik denk dat het een interessante discussie is om ook eens met mannen te voeren, waarom zíj denken dat er minder vrouwen zijn.’

In NRC Handelsblad zei ze iets soortgelijks en voegde ze er aan toe: ‘Nieuwsconsumenten vinden dat saai. Ze denken al snel: mijn god, weer een vrouwending.’

Dit is de paradox waar veel vrouwelijke regisseurs in gedwongen worden door de toegenomen aandacht voor vrouwen in de filmwereld: ze kunnen ervan profiteren, maar hun artistieke kwaliteiten worden nog altijd in één adem genoemd met hun sekse. Helemaal gelijkwaardig is dat nog niet. 

Volkskrant

Tags: Oscars