‘Ik kan heel zelfverzekerd de verkeerde kant uitgaan’

5

0 user and 5 guests have thanked.

  Voor schrijver Maartje Wortel is de zin van het leven een verhaal, dat je zelf bedenkt en waarin je kunt geloven. Hoe belangrijk is het om daarvoor jezelf te kennen?

We brengen ons leven veelal in eenzaamheid door en een duidelijke zin heeft het ook al niet, maar dagelijks vinden er ‘zo veel bijzondere, liefdevolle gebeurtenissen’ plaats dat het bestaan toch ‘fantastisch’ is. Ook kunnen we zin aan ons leven geven, dankzij taal en ons vermogen tot geloven – in een ander, de natuur of een opperwezen: ‘Zingeving is een kwestie van het juiste verhaal over je eigen leven zien te vinden, een verhaal waar je gelukkig van wordt. Het is belangrijk dat je daarin kunt geloven. Dat kan bijdragen aan een mooiere wereld.’

Het verhaal van de 36-jarige Maartje Wortel is op zijn minst opvallend – al bijna tien jaar geldt ze als een van de grootste literaire talenten van haar generatie, na het winnen van ­onder meer de Anton Wachterprijs voor debutanten (2010) en de BNG ­Literatuurprijs (2014). Ze vindt dat haar laatste werk ‘opener’ en ‘vrijer’ aan het worden is. ‘Alleen worden mijn recensies steeds slechter’, merkt ze droogjes op.

Ze groeit op in Eemnes, in de jaren negentig, met een boekhouder als vader, een moeder met een fascinatie voor astrologie en een drie jaar oudere broer. Verder wil ze over haar familie niet veel kwijt, ‘ze kunnen geen weerwoord geven’. Wel omschrijft ze haar opvoeding als anti-­autoritair: ‘Mijn broer en ik zijn opgevoed alsof we volwassenen waren. Onze ouders namen ons erg serieus. Verder was het een beetje een wild gebeuren, waarin iedereen vooral voor zichzelf opkwam.’ Ze vindt dat ze ‘liefdevol’ is grootgebracht, wat haar ‘een groot basisvertrouwen in het bestaan’ heeft gegeven: ‘Dat heeft lang niet iedereen.’

Onlangs is ze een opleiding tot ­fysiotherapeut begonnen: ‘Ik wil mensen in de meest letterlijke zin helpen bij bewegen.’ Dat is in haar ogen de essentie van het bestaan: ‘Het leven heeft niet veel meer betekenis dan voortgaan, blijven zoeken, bewegen. Als ik een geloof heb, dan is dat het.’ Haar schrijverschap blijft vooropstaan: ‘Ik ben nu eenmaal schrijver.’ Steunend op haar intuïtie leidt ze een leven in vertrouwen: ‘Ik kan heel zelfverzekerd de verkeerde kant uitgaan. Want ik kom altijd weer recht uit, ik verzin weer een nieuw verhaal. Dat is mijn geluk’.

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Ik vind het leven op zich vrij zinloos: we worden geboren en gaan dood, de tussentijd moet je zo goed mogelijk zien door te komen. Maar als ik dat uitspreek, van die zinloosheid, bijvoorbeeld wanneer ik ga voorlezen, zie ik mensen vaak schrikken. Of ze worden boos, misschien omdat ze vinden dat ik het leven zin hoor te ­geven. Ik hoop dat mensen die zin voor zichzelf weten te bedenken en daarin kunnen blijven geloven, of dat nu een ander is, de natuur of God. Als iemand zegt: ‘Het is zinvol, want er is een God’, wil ik daar niets aan afdoen.

‘Voor mij is het bestaan al zinvol als je met elkaar kunt samenleven, ook al begrijp je elkaar niet. Belangrijk daarvoor is dat je jezelf niet te serieus neemt – het leven als zodanig wel, maar jezelf niet. Mensen overdrijven vaak het belang van hun eigen bestaan. Als je dat als heel zinvol ziet, dus als heel belangrijk, raak je gestresst, want alles wat je doet, moet dan nut hebben. Mij lucht het juist op om het leven als zinloos te zien, want dat maakt me vrij. Wat helpt, is dat ik een groot talent voor geluk heb. Als ik me eenzaam voel, vind ik het bestaan nog altijd prachtig: iedere dag gebeuren er zo veel bijzondere, liefdevolle dingen.

‘Een voorbeeld? Onlangs ging mijn kat dood. Ik was daar veel verdrietiger over dan ik van tevoren had gedacht. Maar iedereen in mijn omgeving wist beter dan ikzelf hoe belangrijk hij voor me was, dus zat mijn hele huis vol vrienden die flessen wijn meebrachten. Alsof mijn vader dood was. Ik geloofde echt in die kat, ik heb een boek over hem geschreven alsof hij een soort god was (Dennie is een star, red.); mijn behoefte in iets te geloven projecteerde ik op hem. De omgeving is dat voor mij ook gaan geloven. Omdat ze mij serieus nemen. Heel liefdevol, wonderbaarlijk grote vriendschap. Op die momenten ervaar ik het bestaan als zinvol.’

U ziet het leven doorgaans als zinloos, maar wilt u niet toch uw tijd zinvol doorbrengen?

‘Wat ik vooral wil, is de tijd zo liefdevol mogelijk met mijn omgeving doorkomen. Mensen die angsten hebben of depressief zijn, help ik graag. Er zijn mensen die denken: ‘Ze schrijft, dus ze is de hele dag met zichzelf bezig’, maar dat is dus niet zo. Eerlijk gezegd ben ik nogal veel in de weer met verdrietige mensen opvangen, dat is iets wat bij mijn leven is gaan horen. Mijn eerste verhalenbundel heet niet voor niets Dit is jouw huis – hij gaat over mensen een plek geven.

‘De actrice Mimi Kok zei eens: ‘Soms zit ik thuis op de bank en denk: ‘Wanneer mag ik naar huis?’ Dat vind ik een schrijnende, maar ook ware opmerking: mensen voelen zich vaak ontheemd. Ze ontberen een thuisgevoel, omdat ze niet het vertrouwen hebben dat het genoeg is dat ze er zijn. Voor mij is het zinvol als ik hen daarbij kan helpen. Dat geldt zowel in het groot als in het klein. Maatschappelijk vind ik het erg als bepaalde groepen het idee krijgen dat ze er niet mogen zijn. In mijn eigen leven vind ik het belangrijk dat iedereen bij mij kan aanbellen. Pathetisch gezegd: het gaat me erom dat mensen zich welkom voelen.’ Waarom noemt u dat pathetisch?

‘Ik schaam me vaak voor dat soort uitspraken, omdat het pretendeert dat ik mensen zie. Terwijl ik dat juist heel moeilijk vind. Net zoals ik het lastig vind mezelf te zien. De paradox is: ­ieder mens denkt zichzelf goed te kennen, maar waardeert zichzelf telkens te hoog. Uit testen blijkt dat we onszelf positief beoordelen: we eten gezond, zijn goed in communiceren en aardig voor onze omgeving. Maar als je de tijd neemt die vragen eerlijk te beantwoorden, moet je constateren: ‘Ik kan er niks van.’’ Leert een mens zichzelf niet ­beter kennen?

‘Natuurlijk kun je jezelf analyseren: dit is mijn gedrag, dit is mijn karakter. En je kunt eigenschappen van jezelf zien en zo een beeld van jezelf vormen. Maar dat beeld staat nooit vast, omdat we vol paradoxen blijven. Ik denk dat we ons erbij neer moeten leggen dat er veel versies van onszelf bestaan. Een boek waar ik veel aan heb gehad is Iemand, niemand en honderdduizend van Luigi ­Pirandello. De hoofdpersoon ziet in de spiegel dat hij een scheve neus heeft. Hij zegt dat tegen zijn vrouw en die antwoordt: ‘Wist je dat nog niet?’ Dan raakt hij in paniek. ‘Wat weet ik allemaal nog meer niet over mezelf?’, vraagt hij zich af. Hij gaat langs zijn vrienden met de vraag: ‘Wie ben ik eigenlijk?’ Dan komt hij erachter dat er veel versies van hem bestaan, maar wie is hij dan echt? Daar herken ik mezelf in. Al die blikken op mij en mijn blik op mezelf, dat tezamen ben ik, maar je kunt dat niet in een zelfbeeld vastpinnen. Ik denk dat je dat ook niet moet willen’.

Waarom niet?

‘Dan is er geen beweging meer mogelijk en verstar je. Je wilt niet vastzitten in je zelfbeeld en denken: ‘Ik ben zo.’ Het gevaar is dan dat je een standbeeld wordt: onveranderlijk, dus de dood. Als je denkt te weten wie je bent, hoef je niks meer te onderzoeken. Mij gaat het juist om het vraagteken, dat zet in beweging. Dat is voor mij de zin van het leven. Dat ik mezelf niet kan kennen, helpt me open te staan voor wat anderen vinden en helpt me meer vrij te voelen. Het niet-weten stelt me gerust – nieuwsgierigheid is daardoor niet voor niets, opstaan is niet voor niets. Zolang er dingen zijn die we niet begrijpen, is niets uitgesloten, is er dus ook hoop en heeft het zin om op te staan. Zo blijft alles in beweging.

‘Maar mensen doen vaak alsof ze het allemaal wel weten, terwijl het niet-weten zo veel groter is. Zelf heb ik ook lang in dat soort koppigheid vastgezeten. Ik had last van veel zeker weten, riep vaak: ‘Het is toch gewoon zo.’ Ik denk dat veel mensen op een gegeven moment besluiten: zo nu weet ik wie ik ben. Vanuit dat vaststaande beeld kijken ze naar de ­wereld. Dat leidt tot starheid.

‘Om een basaal voorbeeld te geven: ik ben vrouw, schrijver en homoseksueel, dat weet ik, maar zelfs die identiteit ligt niet vast, want ik studeer nu fysiotherapie en ik ga ook ­weleens met een man naar bed, dus ook daarin is beweging mogelijk. Gelukkig. We zijn voortdurend bezig anderen te categoriseren: man of vrouw, zwart of wit, homo of hetero. Natuurlijk heb je die labels nodig om te snappen tot wie je je aan het verhouden bent. Maar tegelijk wil je zelf ten opzichte van die labels altijd weer een ander zijn.’

Hoe kijkt u aan tegen de dood?

‘Iemand die komt of weggaat van deze wereld stelt op de grote schaal natuurlijk niet veel voor, maar het is toch wel van betekenis. Zoals het uitmaakt of je wel of niet op een feestje komt: doe je dat, dan is je energie deel van het geheel. Dat maakt een verschil voor de sfeer, ook al weet je niet precies welk. Ik denk dat we schakels in een groter geheel vormen en in die zin allemaal belangrijk zijn. Maar ik denk niet dat mijn ego, Maartje Wortel, belangrijk is. Met mij is het straks wel klaar. Maar we zijn energie gebald in een lichaam en ik geloof dat iets daarvan ergens blijft. Shakespeare dichtte: ‘Van dezelfde stof zijn wij als dromen en ons kleine leven wordt door slaap omringd.’ Dat vind ik mooi, ik geloof in de cirkelbeweging in de natuur, die ook in de Bijbel voorkomt: ‘Stof zij gij en tot stof zult gij wederkeren.’

U bent bescheiden.

‘Ik ben dat van mezelf. Maar ik zou het wel fijn vinden als anderen dat wat meer zouden zijn. Als mensen hun ego, dat vaststaande beeld van zichzelf, minder serieus nemen, kunnen ze anderen wellicht beter zien en begrijpen. Dat zelfbeeld zit in de weg, net als dat krampachtig streven naar geluk. We proberen dat voortdurend te vinden, maar hoe vaak lukt dat nu eigenlijk? Zes keer per jaar een handvol seconden? Je kunt je er misschien beter bij neerleggen dat het leven je van alles geeft. Als daar af en toe een geluksgevoel bij zit, mooi, pak het dan. Maar zie dat niet als het doel.’



Articles - FJ Related Plus