Kooivechter Marloes Coenen: 'Ik zie het als een intense levensstijl'

0

Be first to thanks! .



Marloes Coenen (35) gaat 3 maart de kooi in om de wereldtitel te winnen. Ze wil via de extreme vechtsport ook andere vrouwen krachtiger maken. 'Fysieke emancipatie is de laatste stap.'

Marloes Coenen is deze avond one of the guys. Letterlijk, want de kooivechtster traint in haar sportschool in De Baarsjes in Amsterdam tegen alleen maar mannen. Een vrouw van haar kaliber is niet snel te vinden. Ze is ontspannen, maakt grapjes, dolt met de jongens.

Maar dan, als het sein van haar vriend en trainer Roemer Trompert klinkt, valt ze aan. Ze grijpt naar de benen van de tegenstander, dan naar het hoofd. Ze werpt hem op de grond, streeft naar een armklem. De blik in haar ogen is verbeten, agressief.

Dan staat ze weer op. Een boks, en daar is weer de lach.

Coenen is MMA-vechter, mixed martial arts, beter bekend als kooivechten of free­fighten. De sport combineert onder andere kickboksen, judo, karate, thaiboksen en worstelen. Bijna alles mag - tot elleboogstoten en wurggrepen aan toe. De kooi blijft dicht tot de tegenstander neergaat of opgeeft.
Marloes Coenen als kind


Volgende week vecht de Amsterdamse in Amerika voor de wereldtitel vedergewicht (145 pond) van Bellator. Dat is een andere MMA-bond dan die waarin de Nederlandse Germaine de Randamie deze maand wereldkampioen werd. Het is het belangrijkste gevecht uit Coenens lange carrière, zegt ze tijdens het vraaggesprek voorafgaand aan de training. Zelfs haar ouders gaan mee - voor het eerst.

Voor ouders moet het vreselijk zijn om te zien hoe hun kind wordt toegetakeld in een kooi.
"Daarom gingen ze ook nooit mee. Ik ben nog geen moeder, dus ik ken dat gevoel niet. Mijn ouders zeiden regelmatig: 'Stop er nou mee, ga weer studeren.' ­Inmiddels weten ze dat deze sport mijn obsessie is: dit moet. Veel mensen zeggen: 'Je gaat toch niet zo'n kooi in om je te laten toetakelen?' Maar zo denk ik niet. Ik ga de kooi in om te winnen. We hebben een heel andere kijk op hetzelfde."

Het is, hoe dan ook, een extreme sport, met veel risico's. Wat is daar leuk aan?
"Deze sport is mentaal en fysiek enorm uitdagend. En heel complex. Ik raak nooit uitgeleerd, kan mezelf voortdurend verbeteren. Zo'n gevecht is een ongelooflijk piekmoment - mentaal en fysiek. Heel intens. Dat is zo verslavend. En ik kom hiermee ver buiten datgene wat als standaard geldt."

Wat bedoel je daarmee?
"Wij vrouwen worden op een bepaalde manier opgevoed. We moeten klein, lief, fragiel en meelevend zijn. We moeten ­weliswaar onafhankelijker worden, maar tegelijkertijd worden we beoordeeld op ons vrouw-zijn. Vechtsport is heel erg mannelijk, dus dat past ons eigenlijk niet."

"Mannen stoeien met elkaar. Als wij dat doen, wordt heel snel gezegd: 'Pas op, niet doen, geen ruzie maken!' Vrouwen koppelen vechten daarom aan agressie, aan boos zijn. Wat vechtsport mooi maakt, is dat je als vrouw leert die emotie uit te schakelen en leert een andere kant van jezelf te ontdekken. Een krachtige kant. Die van vertrouwen in het lichaam."

Als ik naar een partij kijk, zie ik vooral bruut geweld. Wat zie jij?
"Ik zie heel veel: tactiek, techniek. Ik weet hoe moeilijk het is om van het boksen over te gaan in worstelen, hoe moeilijk het is om drie stoten achter elkaar te geven als je doodmoe bent. Maar je moet wel het alfabet kennen om zinnen te kunnen lezen."

Voel je weleens twijfel of angst voor of tijdens zo'n gevecht?
"Vaak genoeg, ook angst om te verliezen. Maar als ik de kooi instap, weet ik dat er geen uitweg meer is. Het is nu of nooit. Dan blokkeer ik vanzelf alle twijfels. Ik kijk de ander aan en ga meten; lacht ze of kijkt ze weg? Dan lopen we naar elkaar toe, slaan de handschoenen tegen elkaar en dan begint het. Dan ben ik alle gevoelens kwijt en wil ik alleen nog maar winnen."

Coenen: "Als ik de kooi instap, weet ik dat er geen uiweg meer
is."
In eerste instantie wilde Coenen naar de Koninklijke Militaire Academie, vooral omdat ze daar veel kon sporten. Maar haar vakkenpakket op het vwo sloot niet goed aan. Daarom koos ze, geheel in de traditie van haar familie, voor kunst- en cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit. Van die studie is door het vechten weinig terechtgekomen.

Was je een agressief meisje?
"Nee, ik speelde met barbies. Eén keer heb ik iemand geslagen, op mijn zestiende. Een jongen spuugde mij zonder aanleiding in het gezicht, ik ben hem achterna gefietst. Verder tenniste ik. Ik was goed, maar niet goed genoeg. Wel was ik bloedfanatiek, in alles wat ik deed."

Geef eens een voorbeeld?
"Als jonge vechtster ben ik over mijn grenzen heengegaan. Ik was zwaar overtraind, maar negeerde mijn gevoel. Dan stond ik misselijk in de kooi, met braaksel in mijn mond. En ik ging maar door. Op een gegeven moment kreeg ik contracties in mijn spieren. Toen heb ik een periode rust genomen. Door die ervaring weet ik nu op tijd te doseren." Deed je familie behalve aan kunst ook aan vechtsport?
"Mijn opa deed aan jiujitsu en trainde tijdens de oorlog knokploegen die NSB'ers in elkaar sloegen. Mijn opa en oma woonden op de Veluwe en hebben hele gezinnen in de onderduik gehad. Ze zijn geëerd door Yad Vashem. Heel bijzondere mensen. Als ik daar was, keek opa altijd naar boksen en dan ging ik naast hem zitten. Mijn broer Arno begon met karate en ging later kickboksen. Rob deed aan ­karate."

Op welk moment besloot je dat je wilde vechten?
"Ik wilde mijzelf leren verdedigen. Ik zat op de middelbare school in Deventer en de weg daarnaartoe was afgelegen, en er waren verhalen over potloodventers. Het Braziliaanse jitsu leek mij wel wat, een variant op worstelen. Mijn trainer deed aan MMA en vroeg of ik een keertje een wedstrijd wilde doen. Die won ik binnen dertig seconden. MMA-vechter Jan Lomulder zat in de zaal. Toen hij later in Japan hoorde dat ze nog een meisje zochten voor een gevecht, kwam hij bij mij uit."

En? Hoe liep dat af?
"Die wedstrijd heb ik heel heftig gewonnen. Ik hoorde later dat mijn tegenstandster een hersenschudding had en dat ik haar arm had gebroken."

Ik meende de kip met de gouden eieren te hebben gevonden. Ik wilde mij ­financieel onafhankelijk vechten


Pardon? Haar arm gebroken?
"Ja, dat heb ik vaker gedaan. Ik heb ook nog altijd last van mijn arm na een armklem in een ander gevecht, overigens zonder breuk. Ik zette bij haar een armklem en dan moet de tegenstander snel afkloppen. Dat lukt niet altijd, op tijd afkloppen."

Toen dacht je: hé, dát is leuk!
"Ik dacht vooral: wow, ik zit in Japan. Later werd ik gevraagd om aan een toernooi mee te doen, weer in Japan. Dat heb ik gewonnen. Ik moest tegen vrouwen van 48 tot 150 kilo. Het was een tijd waarin de sport nog werd ontworpen. Ik werd daar wereldkampioen."

"Een paar maanden later stopte ik met mijn studie om het te gaan maken in Japan. Ik zag dat de sport zich zou ontwikkelen en meende de kip met de gouden eieren te hebben gevonden. Ik wilde mij ­financieel onafhankelijk vechten."

En is dat gelukt?
"Totaal niet. De sport heeft zich minder snel ontwikkeld dan ik dacht. Ik krijg een goede onkostenvergoeding, meer niet."

Je bent 35, dus heel lang heb je niet meer in deze sport. De gouden jaren ga je dus missen.
"Dat vind ik erg jammer. De generatie na mij gaat cashen. Ik ben net als die oud-voetballers die jaren in de sigarenzaak stonden, terwijl de volgende generaties miljoenen gingen verdienen. Dat is mijn voorland. Ik ben de wegbereider. Mijn naam wordt in verband gebracht met de legendes van deze sport; de ontdekkers. Zo'n status is mooi, maar niet genoeg om financieel onafhankelijk te zijn."

Wat krijg je voor dit titelgevecht?
"Een vast bedrag, zo'n 40.000 dollar netto. Dan maakt het niet uit of je wint of verliest. Ik neem mijn mental coach mee en betaal zijn verblijf en tickets. Ik houd niet veel over. En je kunt maar één zo'n partij per jaar vechten, dus ik kan niet rondkomen van de sport."

Je vriend is je trainer, jullie hebben een MMA-gym en als je niet zelf traint, train je anderen. Je moet voortdurend letten op je voeding. Heel je leven lijkt om MMA te draaien.
"Ik zie het als een heel intense levensstijl. In deze gym komt voor mij heel veel samen. We trainen met elkaar en zijn tijdens het vechten heel erg kwetsbaar, omdat we op de grond liggen, dicht op elkaar. Dat schept een band, vertrouwen."

Je bent met voeding bezig, drinkt vooral thee. Je kunt nooit eens uit de band springen. Is dat een groot offer?
"Nee, een rijkdom. Ik kom uit een regio waar we bier per meter bestellen, dus ik ben genoeg uitgeweest en heb meer dan genoeg gedronken - tot half comazuipen aan toe. Ik ben door de sport gestopt met drinken en doordat ik minder drink, wordt het ook minder lekker. Ik zal altijd gezond eten, heb geen behoefte aan friet ofzo."

Hoe is het om een hoogopgeleide vrouw te zijn in een vechterswereld? Mis je niet een intellectuele uitdaging?
"Daarom blijf ik lezen, al doe ik dat wel functioneel. Laatst heb ik een boek gelezen van de filosofe Martha Nussbaum en dan merk ik dat dat langzaam gaat. Maar dat zijn wel stappen die ik wil maken; ik ben meer dan een vechter."

Wat ben je nog meer dan?
"Ik heb een heel brede interesse. Ik zit bijvoorbeeld in de Sportraad Amsterdam, die de gemeente adviseert. Daarnaast probeer ik met mijn ervaringen andere vrouwen sterker te maken. Ik ben een vrouwennetwerk begonnen: ik breng vrouwen samen, uit de entertainment, bedrijfsleven, besturen, journalistiek. Vrouwen die iets hebben bereikt, die op een bepaalde manier heel krachtig zijn."

"Ook zij hebben een fysieke achterstand op veel mannen. Eens in de zes weken doen we een sessie; eerst een uurtje trainen, daarna kletsen we."

Waarom moeten deze krachtige vrouwen dat doen?
"Als zij een oefening doen, zeggen ook deze krachtige vrouwen voortdurend 'sorry'. Ik probeer hen dat af te leren. Of ik doe een oefening waarbij ze moeten opstaan. Vrouwen hebben namelijk de angst dat ze worden overmeesterd door een man en dat iets naars zal gebeuren. Ze denken dat het game over is als ze op hun rug worden gewerkt, maar dat is niet zo. Ik leer hun technieken om daar uit te komen."

Wat heeft een topvrouw hieraan?
"Deze vrouwen zitten vaak in een bestuur met alleen maar mannen. Ze zullen zich alleen voelen. Op het moment dat je jezelf krachtiger voelt, ga je dat ook uitstralen. Je gaat anders lopen. Niet om anderen neer te slaan, maar vrouwen hebben vaak geleerd dat ze snel slachtoffer kunnen zijn en gaan zich dan ook als slachtoffer gedragen."

"Ik heb die vrouwen weleens een verwurging geleerd. Dat is heel heftig, dan ben je ineens de agressor. Ik ben ervan overtuigd dat dit vrouwen verder helpt."

Handig voor het glazen plafond?
"Ik denk dat fysieke emancipatie de laatste stap is die wij als vrouwen moeten nemen. Ik heb weleens bij de vechtsportautoriteit aan tafel gezeten met alleen maar mannen. Ik weet niets van besturen of processen, maar de gedachte dat ik die mannen fysiek allemaal aankon, maakte het toch anders. Kom maar op! Dat vertrouwen is belangrijk."

Dit gaat over topvrouwen, maar geldt dit niet voor alle vrouwen?
"Daarom geef ik ook les aan vrouwen uit de crisisopvang van HVO-Querido. Bijvoorbeeld au pairs die als slaaf zijn gebruikt of meisjes die in de prostitutie zijn beland. Ik zit nu in een levensfase dat ik iets moet teruggeven aan de maatschappij."

"In het begin wilde ik ze leren vechten, maar sommige vrouwen begonnen meteen te huilen, omdat ze mishandeld zijn. Dus we bouwen rustig op. Tijdens zo'n les gaat het om vrij bewegen en plezier maken. Dat ze een leven lang fit blijven. Aan het einde drinken we thee en kletsen we. Soms komen dan verhalen los, soms niet, maar dan hebben ze in ieder geval een leuke dag gehad."

Jouw carrière zit er bijna op. En dan?
"Ik wil graag mensen coachen, hen krachtiger maken - fysiek en mentaal. van jongs af aan komen mensen met hun problemen bij mij. Ik wil hiervoor mijn ervaringen in de vechtsport gebruiken en daar dan een theoretische basis onder leggen. Soms komen mensen onze sportschool binnen die geen deuk in een pakje boter kunnen slaan. Die maken dan een groei door. Dat is het allerleukste, veel mooier dan werken met topsporters."

Ik zit nu een paar uur tegenover je en ik kan mij nog altijd niet voorstellen dat je vecht in een kooi. Bij kooivechten denk ik niet aan goedgebekte, hoogopgeleide vrouwen die kwetsbare mensen willen coachen.
"Ik zeg altijd: in iedereen zit een vechter, in jou ook. Zoals je mij ziet in de kooi, zo kan iedereen zijn."

Misschien als iemand aan mijn kinderen zit, maar anders kan ik mij daar weinig bij voorstellen.
"Geloof me, ook jij kunt die agressie oproepen. Het hangt ervanaf onder hoeveel lagen die verborgen ligt. Door te trainen, pel je die lagen af. Bij mij zit het vecht­instinct meer aan de oppervlakte."

'Ik laat mij wel op mijn hoofd slan. Maar ja, anderen
eten kiloknallers, gebruiken drugs of zuipen
zich klem. Wat is dan gezonder?'
"Naarmate de wedstrijd nadert, ga ik scherper trainen. Dan ga ik naar de oerstaat en wil ik alleen maar winnen. Ik kan dan iemand keihard op haar hoofd slaan en mij daarover niet slecht voelen."

Hoe is het met je lichaam na al die ­gevechten?
"Ik heb roofbouw gepleegd. De rest van mijn leven moet ik op mijn lichaam letten en niet gaan roken en zuipen. Ik heb dikke knokkels: één heb ik kapotgeslagen, die is weg. Mijn polsen doen pijn, mijn ooglid is vijf keer open geweest, dat blijf je zien. Mijn neus was gebroken, deze vinger ook. De voeten doen pijn. Ik weet zeker dat ik blessures heb als ik zestig ben. Maar dat zullen anderen ook hebben, toch?"

Nee hoor.
"Door mijn sport ben ik gezond gaan leven. Ik let op mijn voeding, ga op tijd naar bed, rook en drink niet. Ik laat mij wel op mijn hoofd slaan. Maar ja, anderen eten kiloknallers, gebruiken drugs of zuipen zich klem. Wat is dan gezonder?"

Als het titelgevecht achter de rug is, wat ga je dan als eerste doen?
"Eerst gaan we barbecueën in Amerika. Dat ben ik al aan het plannen. Daarna wil ik graag naar een theeplantage in Taiwan. Ik ben goed bevriend met de eigenares van theewinkel Formocha, op de Brouwersgracht. In de wereld van thee zit rust en schoonheid, natuur. Daar heb ik behoefte aan. Het lijkt mij fijn daar af te kicken. Maar misschien ga ik naar Marokko. Daar woont een vriendin van mij en dat vind ik ook een fantastisch land."

Is het gevecht dan een laatste obstakel op de weg daar naartoe?
"Ik weet dat ik dit moet doen. Ik kan het niet goed uitleggen. Mijn hele wezen zegt dat dit moet gebeuren. Mijn horizon reikt niet verder dan dit gevecht."

En als je verliest?
"Dan is het ook goed, maar ik denk niet dat ik ga verliezen."

parool

Tags: strong women,, warrior women

 
blank
logofmoud feromoon.info and fero.tips are the same. CONTACT
personal trainers Noémia Grot & Ginger Guttmann founders & owners of PT020
Personal trainers Noémia Grot & Ginger Guttmann founders & owners of PT020 . 

WOMEN'S EURO 2017